
Viviane Cauwbergs is de kleindochter van Evrard Cauwbergs, die tijdens de tweede razzia in Meensel-Kiezegem werd opgepakt en gedeporteerd naar het concentratiekamp Neuengamme, waar hij overleed. Viviane vertelde ons over haar jeugd met een vader wiens vader stierf door de handen van de nazi’s, over het stilzwijgen dat het verhaal van haar grootvader lange tijd omhulde en over haar weg om betrokken te raken bij de landelijke organisatie Meensel-Kiezegem ’44.
Hoe kwam u achter het verhaal van uw vervolgde familielid?
Ik was een 14-jarig meisje en ik moest van mijn moeder de inhoud van een paar schuiven ordenen. Ik kwam een heel oude portefeuille tegen en ik zag daar geld in zitten dat ik niet kende. Ik ging vragen aan mijn vader, Theopiel Cauwbergs, wat dat was. Zijn antwoord was heel kort: “je moet dat daar terug insteken en die portefeuille komt NOOIT meer uit de schuif”. Ik was enorm geschrokken en deed wat mijn vader gezegd had. Toen het ouderlijk huis verkocht werd, ingevolge het overlijden van mijn ouders, kwam ik de bewuste portefeuille terug tegen. Naast het geld zaten er heel veel doodsprentjes van overleden gedeporteerde mensen uit Meensel-Kiezegem in. Ik begreep toen pas welke emoties mijn vader gevoeld heeft toen ik de vraag stelde.
Mijn vader praatte nooit over de oorlogsjaren. Hij en zijn oudste broer waren verzetslieden en af en toe kwamen vier verzetslieden samen. Als het bij ons thuis was mochten mijn moeder en de kinderen niet de living binnengaan tenzij om drank te geven maar dan werd er niet gepraat. Tijdens de 2de razzia wilde men de twee oudste zonen oppakken. Omdat zij als verzetslieden ondergedoken zaten werd hun vader meegenomen. Het moet ontzettend moeilijk geweest zijn voor mijn vader om dit te verwerken, het heel zijn leven met zich mee te dragen en er met niemand over te praten. Enerzijds bewonder Ik hem hiervoor en anderzijds blijf ik met de vraag zitten: “waarom wilde hij er niet over spreken met zijn kinderen”.
Hij ging elk jaar naar de Herdenkingsplechtigheid voor de oorlogsslachtoffers en zorgde dat er bloemen waren aan de gedenksteen van zijn vader en op het graf van zijn moeder.
Er kwam een keerpunt toen het boek “Getuigenissen” van Oktaaf Duerinckx verfilmd werd. Het was op een zondag dat er opnames waren i.v.m. het oppakken van zijn vader, Evrard Cauwbergs. ’s Middags is hij even naar huis gekomen om te eten en toen zei hij met tranen in de ogen: “Nu heb ik gezien hoe ze mijn vader opgepakt hebben”.
De voormalige Stichting Meensel-Kiezegem’44 had de toelating gekregen om een gedenkbeeld “De wanhoop van Meensel-Kiezegem” te plaatsen in de SS-tuinen van het concentratiekamp te Neuengamme. In 1998 was er de 1ste Herdenkingsreis naar het kamp in Neuengamme waar mijn grootvader als eerste van de gedeporteerden uit Meensel-Kiezegem is overleden. De wens van mijn vader om ooit op de plaats te komen waar zijn vader overleden was werd werkelijkheid. Na de reis vertelde hij wel over wat hij en ons moeder gezien hadden. En zei hij: “volgend jaar gaat Oktaaf terug en dan gaan we terug mee”.
Ik, mijn man en mijn jongste broer hebben een aantal keren het geluk gehad om samen met mijn ouders en schoonouders de Duitse kampen te bezoeken.
Toen hij alleen was met mijn schoonouders aan de gedenkplaat van het crematorium is hij daar gehurkt gaan zitten en zei: “hier is mijne pa door de schoorsteen gegaan”. Hij zou dat nooit zeggen tegen zijn kinderen.
Zo hebben wij ook nooit geweten wat hij tijdens het verzet allemaal gedaan heeft.
Welke invloed heeft uw familiegeschiedenis op de persoon die u nu bent?
Mijn grootmoeder bleef verweesd achter met 9 kinderen na het overlijden van haar man in Neuengamme. Deze tragedie heeft tot gevolg gehad dat er een heel sterke band was tussen de broers en zussen. Heel hun leven hebben ze elkaar geholpen, elkaar gesteund in moeilijke momenten, en samen gefeest. Dat weerspiegelde zich ook op hun kinderen en ik ben heel gelukkig dat ik opgroeide in zo’n prachtige familie. De jongste zus van mijn vader, de oma van Tom Devos, zei tegen mij op de bus naar Neuengamme : “Ik herinner me weinig van mijn vader want ik was 6 jaar toen hij opgepakt werd. Maar onze Fille dat was mijn vader”. Het siert mijn vader dat hij op jonge leeftijd zorgde als een vader voor zijn broers en zussen. En toch is het een beetje jammer dat er nooit gesproken werd over de deportatie van mijn grootvader en zijn overlijden. Ik moet dit aanvaarden omdat het volgens mij de wil was van de familie.
Voor mijn ouders, tantes en nonkels is de gedenkplaat aan het voormalige crematorium de belangrijkste plaats in het kamp van Neuengamme. Daarom legt de familie Cauwbergs er jaarlijks bloemen neer. In begin 2003 verloor ik mijn vader en moeder op twee weken tijd. In augustus van dat jaar had ik het emotioneel zeer moeilijk aan de gedenkplaat. Ik zag dan de beelden terug van het jaar dat mijn vader, zijn broer en drie zussen bloemen neerlegden. Ik ben weggegaan en Oktaaf Duerinckx is mij komen troosten. Dat vergeet ik nooit en ik ben hem daar heel dankbaar voor. Alle daarop volgende jaren blijf ik tot de laatste aan het crematorium en ween ik omdat ik weet dat dit een heel speciale plaats was voor mijn vader. Een paar jaar geleden heb ik dat verteld aan Katrin en Magda Duerinckx. Zij hebben begrijpen mijn gevoelens omdat hun grootvader, Ferdinand Duerinckx, ook overleden is in Neuengamme. Beide toffe madammen blijven sedertdien bij mij en pakken me eens goed vast en dat doet deugd!
Welke elementen van uw familiegeschiedenis en waarden zult u doorgeven aan de volgende generatie(s)?
- Mijn ervaring is dat de familiale band ontzettend belangrijk is. Elkaar respecteren zoals men is, mekaar vertrouwen en tijd vrijmaken om elkaar te helpen zijn ook noodzakelijk.
- Herdenkingen van oorlogsslachtoffers van WOI en WOII moeten blijven georganiseerd worden.
- De jonge generatie moet erop gewezen worden dat ze zeker niet gaan stemmen op extreemrechtse partijen. Voormalige concentratiekampen of musea, zoals Museum44, bezoeken is een aanrader waardoor de jeugd gesensibiliseerd wordt over welke gevolgen een oorlog met zich meebrengt.
- Overal ter wereld wordt er vandaag nog altijd gevochten, denk maar aan Rusland en Oekraïne. We moeten streven naar “nooit meer oorlog” maar dat is een utopie denk ik.
Hoe ben je betrokken geraakt bij de landelijke vereniging? Wat betekent uw betrokkenheid voor u?
De voormalige Stichting Meensel-Kiezegem’44 verwezenlijkte de wens van mijn vader, nl. het concentratiekamp in Neuengamme bezoeken. Dit is de reden waarom ik lid werd van deze organisatie.
Na de fusie eind 2015 werd ik verkozen tot secretaris van de nieuwe vereniging, nl. N.C.P.G.R. – Meensel-Kiezegem’44.
Ik wil mij blijven inzetten zodat de gebeurtenissen in Meensel-Kiezegem in augustus 1944 nooit vergeten zullen worden. Dit is ook de reden waarom mijn jongste broer en ik als vrijwilliger gaan helpen zijn bij de opbouw van Museum44 in de voormalige pastorij in Meensel.
Ik kreeg een tijdje geleden een heel mooi compliment van de jongste zus van mijn vader. Ze zei tegen mij: “Onze Fille zou heel fier en trots geweest zijn op jou en Stefaan voor wat jullie allemaal doen”. En het is inderdaad zo: ik doe het uit enorm respect voor wijlen mijn vader!

